Marktberichten

Marktbericht december 2009: Veilingresultaten bij Sotheby’s en Christie’s beïnvloed door mondiale zucht naar ‘blue chips’.

maandag 14 dec 2009

De uitdrukking ‘blue chip’ is een relatief nieuw begrip in de kunstmarkt. Hieronder worden die kunstwerken verstaan, waarvan wordt aangenomen dat zij door hun bewezen grote naam en faam op geen enkele wijze door een economische recessie dan wel door een eventuele smaakverandering in waarde kunnen worden aangetast. Zij zijn zo uniek dat het bezit ervan de eigenaar prestige en roem verleent, omdat hij zich voegt in een historische rij van bezitters, op wie de grote naam van het desbetreffende kunstwerk intussen al is afgestraald. Een recordprijs op de veiling helpt bij deze prestigevorming!

De term ‘blue chip’ is afkomstig uit de wereld van het casino. Bij het roulettespel is het blauwe fiche (blue chip) van alle andere fiches degene met de grootste waarde. Degene die blue chip speelt, neemt dus weliswaar een groot risico, maar heeft ook kans op het grootste rendement. In de jaren die nu achter ons liggen, waren hedgefondsmanagers en andere Wall Street tycoons bij uitstek de ‘blue chips’ spelers op de kunstmarkt. De recordprijzen voor Jackson Pollock, Jeff Koons, Gustav Klimt, Pablo Picasso, Andy Warhol en anderen laten zich hierdoor verklaren.

Terwijl tot ongeveer twee jaar geleden de oude meester markt gevrijwaard was van deze zucht naar ‘blue chips’, is sinds de aankoop van Cornelis Cornelisz. van Haarlems ‘Hercules’ door Jeff Koons de situatie ook daar veranderd. Het tragische is dat het in deze markt alleen nog maar om de grote namen en de sleutelstukken in de desbetreffende oeuvre’s lijkt te gaan. Dit is de trieste conclusie na de veilingweek in Londen, waar vier nummers voor de omzet en het succes zorgden dat in de media zo breed werd uitgemeten.

 

Neem nu de Rembrandt! Ondanks de bewezen inkortingen aan de zijkanten en de harde doublering, is dit schilderij zonder enige twijfel van een indrukwekkende grootsheid door de pose van de man, zijn gelaatsuitdrukking, de behandeling van het licht en de vrije manier van opbrengen van de verf, vooral in het kostuum. Er kan geen twijfel over bestaan dat dit Rembrandt is! In een briljante lezing aan de vooravond van de veiling, gaf Ernst van de Wetering voor een uitverkoren publiek in de grote veilingzaal van Christie’s een boeiende samenvatting van zijn in de laatste maanden ondernomen ontdekkingstocht naar alle aspecten van het schilderij. Zijn blik op Rembrandt en zijn kunst is onnavolgbaar.

Maar de vraag is wat dit schilderij nu eigenlijk tot een blue chip kunstwerk maakte? Allereerst vanzelfsprekend de magische naam Rembrandt. Sinds de tijden van Duveen en Amerikaanse verzamelaars als Frick en Pierpont Morgan, hoort Rembrandt nu eenmaal tot die top rij van schilders, waarmee roem op aarde gecreëerd kan worden.

Vervolgens waarschijnlijk de ietwat mysterieuze geschiedenis van het schilderij, want wie hier geportretteerd is, is niet bekend en wie het tot het einde van de 18e eeuw in eigendom had, evenmin. Het enige wat we weten is dat het in Brits bezit was, dat het in 1930 werd geveild en dat het later in handen was van de rijke Amerikaanse supermarkteigenaar George Huntington Hartford, die het in 1959 aan Columbia University schonk.

Het mysterieuze verleden is des te interessanter, omdat Rembrandts portretstijl in 1658 toen het schilderij werd gemaakt, volslagen uit de mode was geraakt. Terwijl hij in financiële moeilijkheden verkeerde, prefereerde de rijke burgerij van Amsterdam eerder een elegante en classicistische portretstijl à la van Dyck. Rembrandt zou in deze jaren overleefd hebben door portretopdrachten uit Italië, mogelijk uit Genua, die in tegenstelling tot de Hollanders zijn genie toen al volledig herkenden. De catalogustekst van Christie’s schetst al deze onzekerheden met een grote mate van handigheid. Zeker! Het is best goed mogelijk dat de geportretteerde uit Italië kwam en dat dit portret misschien in verband kan worden gebracht met de recent in Genua ontdekte documenten die portretopdrachten aan Rembrandt bevestigen. Maar het blijft allemaal speculatie.

 

Nee! Dan denk ik toch met weemoed terug aan het portret van Aeltje van Uylenburgh, dat in december 2000 bij Christie’s onder de hamer kwam en dat precies dezelfde prijs haalde als nu de onbekende man uit 1658. Handelaar Robert Noortman, de gelukkige koper in die tijd, zou het misschien niet meer hebben begrepen.